In dit onderdeel wordt ontwikkeling van de begroting toegelicht. Vertrekpunt voor de ontwikkeling is de stand van de begroting na verwerking van de voorjaarsnota 2026, zoals deze op 29 juni 2026 is behandeld en vastgesteld door de gemeenteraad. De ontwikkelingen zoals geschetst in het onderdeel kadernota zijn op 29 juni alleen voor kennisgeving aangenomen.
In de verdere voorbereiding van de begroting 2027 zijn de ontwikkelingen getoetst en geactualiseerd. In het overzicht wordt een onderscheid gemaakt tussen onvermijdelijke ontwikkelingen en prijspeil ontwikkelingen en maatregelen en keuzes. In de toetsing is nadrukkelijk gekeken naar de vraag of bestaande en nieuwe kosten kunnen worden toegerekend. Waar daar mogelijk is, is dit in ontwikkeling verwerkt.
Motie kaders begroting 2027
De gemeenteraad heeft bij de behandeling van de perspectiefnota 2027 in juni 2026 het college een opdracht meegegeven voor de uitwerking van de begroting.
Over de uitvoering van de begroting is in september aan de gemeenteraad gerapporteerd.
De raad heeft het college verzocht om heroverwegingen en bezuinigingen in beeld te brengen alvorens er nieuwe lastenverhogingen worden voorgesteld en om de benodigde investeringen goed in beeld te brengen.
In de begroting is geen nieuwe lastenverzwaringen opgenomen, anders dan in het coalitieakkoord opgenomen maatregelen. Dat betreft reële kosten in rekening brengen en een verhoging van de OZB voor niet woningen.
Met de voorgestelde maatregelen in de begroting komt een structureel sluitende begroting 2027 en een structureel evenwicht in 2030 binnen bereik met gebruikmaking van het surplus en dekking van incidentele uitgaven uit de algemene reserve.
In de benadering van de gewenste uitgaven om doelen te bereiken heeft voor nu wel een beperking met zich meegebracht. De ruimte is zeer klein en voor 2028 en 2029 zelfs nog negatief.
Alle reden dus om zeer terughoudend te zijn met voorstellen van nieuwe uitgaven.
Het tekort zoals dit zich in deze begroting laat zien voor het jaar 2028 is nog € 2 miljoen, los van de inzet van het surplus. Voor een deel betreft dit incidentele uitgaven.
In de voorbereiding van de kadernota 2028 ziet het college, in het verlengde van de motie over de kaders voor de begroting 2027, het als een opdracht om voorstellen te onderzoeken om dit tekort te verkleinen.
Ravijnjaren en gemeentefonds
De gemeentefinanciën staan al langere tijd onderdruk. Het leeuwendeel van de inkomsten van de gemeente wordt ontvangen via het gemeentefonds. De gemeenten zijn al enkele jaren in gesprek met de rijksoverheid over de hun financiële positie en hoe deze wordt uitgehold doordat er op verschillende onderdelen sprake is van een ontoereikende financiering. Dit betreft:
- de jaarlijkse indexering van het gemeentefonds om de ontwikkeling van lonen en prijzen bij te houden. Deze indexering is gemiddeld elk jaar ongeveer 1% lager dan werkelijk prijsontwikkeling;
- de veel te beperkte verhoging van de budgetten voor de Jeugdzorg omdat naast een tekort op de prijsontwikkeling er ook een tekort is door een toenemend gebruik. De commissie van Ark heeft daarover een advies uitgebracht dat weliswaar zwaarwegend is maar financieel slechts voor 50% is opgevolgd.
- Er is een voortdurende discussie over “Knaken en taken”. Taken die de gemeente worden opgedragen worden niet voldoende voorzien van extra budget.
Het Kabinet Schoof heeft het ontstane gat gedeeltelijk aangevuld voor de periode t/m 2028. Een deel van de problematiek, te weinig geld, is daarmee verzacht. De daling in het gemeentefonds is echter nog steeds blijvend en de jaarlijkse compensatie voor loon- en prijzen te laag.
In de periode mei-september 2026 zijn er hoopvolle signalen gekomen vanuit het kabinet dat deze onderwerpen serieus genomen worden en dat kabinet erkent dat gemeenten hierin reële vraagstukken aankaart die om oplossingen vragen. Deze erkenning betekent nog niet dat hiervoor ook financiering is gevonden. Het feit dat gesprek tussen het Kabinet en de verschillende overheden nu constructief plaatsvindt is wel hoopgevend.
In het voorjaar van 2027 komen een aantal dossiers bij elkaar waaronder het tweede advies van de Commissie Van Ark over de Jeugdzorg. Het kabinet heeft hierover aangegeven dat dit zwaar wordt gewogen en de financieel wordt opgevolgd in de voorjaarsnota 2027. In welke mate dit daadwerkelijk gaat helpen gaan we zien in het voorjaar van 2027.
Voor het financieel beleid zijn deze ontwikkelingen aanleiding om in de kadernota 2028 opnieuw scherp te meten waar de gemeente financieel staat.
Het surplus
Voor het dekken van de structurele uitgaven mogen gemeente gebruik maken van de inzet van het zogenoemde surplus. Het surplus is een term die wordt gebruikt voor het verschil tussen omvang van de algemene reserve en het minimaal noodzakelijke bedrag dat is berekend voor de financiële vertaling van de risico’s die de gemeente loopt.
Voor het inzetten van het surplus zijn door de toezichthouders (de provincies) spelregels meegegeven. De belangrijkste twee spelregels zijn:
- De inzet van het surplus mag alleen plaatsvinden als de solvabiliteit van de gemeente groter is dan 20%;
- De ingezette omvang van het surplus loopt in de meerjarenraming af.
Voor Koggenland geldt:
De algemene reserve bedraagt ruim € 21 miljoen en de gepresenteerde risico’s zijn berekend op een risicobedrag van ruim € 1,5 miljoen. In de begroting 2027 worden naast structurele middelen ook incidentele budgetten ingezet met dekking uit de algemene reserve.
Voor de begroting 2027 bepalen we daarom het surplus op € 18 miljoen.
Vanuit deze bepaling is de maximale inzet van het surplus als volgt:
2027: € 1,8 miljoen
2028: € 1,62 miljoen
2029: € 1,44 miljoen
2030: € 1,26 miljoen
De bovenstaande opsomming is verwerkt in de begroting 2027. Als gevolg hiervan doen zich enkele tweede orde effecten voor:
- De inzet van het surplus laat de algemene reserve dalen en daarmee de ratio van het weerstandsvermogen. Het aantal keren dat het risicobedrag is gedekt neemt af;
- De solvabiliteit neemt af, de omvang van de aan te trekken langlopende leningen neemt toe met als gevolg dat de rentestanden meer invloed hebben op de begroting.
Het college acht de inzet van het surplus verantwoord omdat voor het vinden van de oplossingen voor de financiële achteruitgang in het gemeentefonds nog wat meer tijd nodig is. Snelle keuzes zijn niet altijd de meest doorgronde keuzes in hun effecten op de langere termijn. Bovendien geldt voor Koggenland nog steeds dat in de jaarrekening winstnemingen plaatsvinden uit het grondbedrijf en het woningbedrijf die zich niet laten begroten omdat de zekerheid onvoldoende hard is voor het einde van het jaar.
Financieel beleid
Voor de het financiële saldo van de begroting wordt gestreefd naar een structureel sluitende begroting zoals ook verwoord in het coalitieakkoord “Daadkrachtig en toekomstgericht”. Om de begroting sluitend te krijgen wordt gebruikt gemaakt van het zogenoemde surplus. In het eindbeeld wordt de begroting 2030 en later jaren structureel sluitend zonder inzet van het surplus. De keuze om toe te werken naar een begroting zonder inzet van het surplus is ingegeven vanuit de idee dat voor de leefbaarheid en veiligheid van de kernen er grote investeringen nodig zijn in de openbare ruimte en de voorzieningen. Investeringen die nu niet goed bekend zijn maar zich wel al aftekenen aan de horizon. Het gaat dan om aanpassingen aan de weginfrastructuur voor de veiligheid en de noodzakelijke ontsluitingen van nieuwe woonwijken. Het gaat om (ver)nieuwbouw van een aantal voorzieningen in de periode 2028-2040 omdat sommige voorzieningen aan het einde van hun levensduur komen of omdat er grote aanpassingen nodig zijn vanuit de eisen die nu en in de toekomst aan deze voorzieningen worden gesteld.
Voor deze zaken wordt ruimte gezocht in de begroting. Hetzij door structurele middelen vrij te maken, hetzij door incidentele middelen vrij te maken. Een belangrijke stap hier is dat de huidige structurele uitgaven gedekt zijn met structurele baten. De incidentele overschotten zoals deze zich de laatste jaren hebben voorgedaan kunnen dan worden gekoppeld aan een investeringsfonds.
Uitwerking mogelijke nieuwe structurele maatregelen kadernota 2028
In het overzicht van de financiële ontwikkelingen zijn een drietal voor 2027 niet verder uitgewerkte maatregelen opgenomen. Dit betreft:
a. Heroverweging bestaande uitgaven en efficiency voordelen
b. Verhogen onroerendezaakbelasting
c. Verhogen rioolrecht
Deze maatregelen zijn genoemd om aan te geven welke richtingen worden verkend voor de kadernota 2028 om te kunnen komen tot een structureel sluitende begroting. Kort worden de maatregelen hier geduid.
Heroverweging uitgaven en efficiency voordelen
Voor verschillende kaders in de begroting geldt dat een periodieke heroverweging van uitgaven kan helpen bij het maken van keuzes. Een beoordeling van het nut en de noodzaak van de uitgaven anno 2027 wordt onderdeel van de jaarlijkse begrotingsvoorbereiding. Dat zal niet in één keer voor alle programma’s worden uitgevoerd maar wel stelselmatig binnen de huidige bestuursperiode. Met de heroverweging wordt beoogd te voorkomen dat meer ingrijpende generieke maatregelen worden ingezet en het voorzieningenniveau op voorhand wordt afgeschaald. Als dat kan worden vermeden door gerichte heroverwegingen uit te voeren is dat de eerste keuze;
Onroerendezaakbelasting
De tarieven in Koggenland liggen aanmerkelijk lager dan de gemiddelde tarieven in Noord-Holland. Dit is een feit, maar dit feit alleen is geen reden om de tarieven te verhogen. De huidige tarieven zijn een uitkomst van eerdere keuzes en een historische gegroeid uitgaven patroon. Verhoging is een optie, maar alleen als onderdeel van een totaal inzicht in de financiële situatie en afweging van de nieuw op te nemen uitgaven.
Het streven is gericht op het hanteren van de huidige tarieven met een jaarlijkse correctie voor inflatie.
Rioolrecht
Het rioolrecht is in Koggenland lager dan gemiddeld. Dit is het gevolg van een eerder gemaakte keuze om een deel van de kosten te dekken uit een specifieke reserve voor de riolering. Uitgaande van een kostendekkende heffing is er ruimte voor een heroverweging van die keuze en bestaat de mogelijkheid om de BTW uit vervangingsinvesteringen aan het tarief toe te rekenen. Effect daarvan is tweeledig: de inwoners en ondernemers krijgen een hogere rekening van de gemeente en er ontstaat begrotingsruimte.
Ook voor deze keuze geldt dat deze terug komt in een volgende kadernota als onderdeel van een volledig pakket aan mogelijke maatregelen.
Overzicht verloop van voorjaarsnota naar programmabegroting
| Nr. | Bedragen x € 1.000 | I/S | Begroting 2027 | Begroting 2028 | Begroting 2029 | Begroting 2030 |
|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
Stand voorjaarsnota 2026 |
|
2.928 |
3.778 |
3.311 |
2.803 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Autonome ontwikkelingen |
|
|
|
|
|
|
1 |
Bijdrage gemeenschappelijke regelingen |
S |
935 |
730 |
647 |
703 |
|
2 |
Prijsindexatie en materieel en ICT |
S |
491 |
491 |
491 |
491 |
|
3 |
CAO 2027-2029 |
S |
347 |
348 |
353 |
353 |
|
4 |
Brandveiligheid |
S |
13 |
8 |
8 |
8 |
|
5 |
Opleidingskosten en personeelsgebonden |
S |
143 |
146 |
166 |
166 |
|
6 |
Informatieplan 2027-2031 |
S |
199 |
500 |
500 |
500 |
|
7 |
Innovatiebudget automatisering en data |
I |
50 |
75 |
- |
- |
|
8 |
Actualisatie OZB woningen areaal en index 3% |
S |
-282 |
-482 |
-623 |
-771 |
|
9 |
Actualisatie opbrengst leges Omgevingsvergunning (volume en prijspeil) |
S |
-250 |
-250 |
-250 |
-250 |
|
10 |
Effect opschaling gemeenteklasse |
S |
50 |
50 |
50 |
50 |
|
11 |
Rentelast uitbreiding leningportefeuille |
S |
150 |
225 |
225 |
225 |
|
12 |
Nieuwe telprocedure bij verkiezingen |
S |
45 |
25 |
25 |
25 |
|
13 |
Meicirculaire 2026 |
S |
-2.400 |
-1.981 |
-2.351 |
-2.358 |
|
14 |
Lucht uit de begroting |
S |
-275 |
-325 |
-325 |
-275 |
|
15 |
Effectseptembercirculaire 2026 |
S |
-124 |
-29 |
-21 |
-6 |
|
16 |
Verwacht effect BBP in gemeentefonds |
S |
- |
- |
-120 |
-120 |
|
|
Totaal autonome ontwikkeling begroting |
|
-908 |
-469 |
-1.225 |
-1.259 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Maatregelen en keuzes |
|
|
|
|
|
|
17 |
Areaalgroei in Gemeentefonds (60%) |
S |
-168 |
-294 |
-420 |
-546 |
|
18 |
Versterking organisatie en toerekening waar mogelijk |
S |
826 |
1.507 |
1.513 |
1.513 |
|
19 |
Deltaplan VTH |
S |
200 |
200 |
200 |
200 |
|
20 |
Intensivering inzet economie en toerisme |
S |
125 |
125 |
125 |
125 |
|
21 |
Beleidsintensivering Duurzaamheid t.l.v. reserve grondbedrijf
|
I |
- |
- |
- |
- |
|
22 |
Opstellen gebiedsvisie t.l.v. reserve grondbedrijf (€ 300.000) |
I |
- |
- |
- |
- |
|
23 |
Diverse kleine posten (ondernemersbijeenkomst, dorpsraden en open monumentendag |
S |
30 |
30 |
10 |
10 |
|
24 |
Weerbaarheid voor de samenleving en bestuurders |
I |
50 |
- |
- |
- |
|
25 |
Beleid toewijzen huurwoningen |
I |
25 |
|
|
|
|
26 |
Opstellen inclusie-agenda |
I |
25 |
|
|
|
|
27 |
Budget Koggenland 20 jaar |
I |
25 |
|
|
|
|
28 |
Bijdrage OZB Niet-woningen evenredig aan OZB Woningen |
S |
-476 |
-951 |
-1.427 |
-1.427 |
|
29 |
Invoering ondernemersfonds |
S |
- |
- |
- |
- |
|
30 |
Uitwerking verblijfsheffing arbeidsmigranten |
S |
36 |
-234 |
-234 |
-234 |
|
31 |
Heroverwegingen en efficiency |
S |
- |
- |
- |
- |
|
32 |
Verhoging lasten OZB Woningen en rioolheffing |
S |
- |
- |
- |
- |
|
|
Totaal Keuzes en maatregelen |
|
698 |
383 |
-233 |
-359 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Totaal begroting exclusief dekking uit Algemene reserve en inzet surplus |
2.718 |
3.692 |
1.853 |
1.185 |
|
|
33 |
Inzet surplus (onttrekking algemene reserve) |
|
-1.800 |
-1.620 |
-1.440 |
-1.260 |
|
34 |
Inzet algemene reserve voor incidentele uitgaven |
|
-920 |
|
- |
- |
|
|
Saldo Programmabegroting 2027-2030 |
-2 |
2.072 |
413 |
-75 |
Toelichting
Autonome ontwikkelingen
1. Bijdrage gemeenschappelijke regelingen
De bijdrage aan de gemeenschappelijke regelingen stijgt in overeenstemming met de vastgestelde zienswijzen op de begroting 2027. Dit is volgens de stand zoals opgenomen in de perspectiefnota.
2. Prijsindexatie materieel en kostenontwikkeling ICT
Deze stijging betreft de aanpassing voor het prijspeil van de materiele uitgaven. Voor de ICT is er een afwijking van de algemene prijsstijging als gevolg van grotere stijging van de licentiekosten, tegelijkertijd is het voordeel op enkele contracten hier ook verwerkt.
Dit is volgens de stand in de perspectiefnota.
3. CAO-2027-2029
Het verwerkte effect is de prijsontwikkeling in 2027 van 2%. Dit is conform de stand in de perspectiefnota.
4. Brandveiligheid
Met deze inzet worden alle gebouwen in een periode van vier gecontroleerd op brandveiligheid. Dit volgens de perspectiefnota.
5. Opleidingskosten en personeel gebonden kosten
Voor de opleidingskosten is eerder, paragraaf bedrijfsvoering begroting 2026, vastgelegd dat deze stijgen naar 2% om voldoende middelen beschikbaar te hebben. Daarnaast zijn ook de personeel gebonden kosten geactualiseerd. Dit is in overeenstemming met de stand in de perspectiefnota.
6. Informatieplan 2027-2031
Met de middelen voor het informatieplan worden noodzakelijke vernieuwingen van informatievoorziening uitgevoerd. Het betreft vervanging van applicaties en implementatie van wet- en regelgeving. Een deel heeft betrekking op de informatieveiligheid.
7. Innovatiebudget automatisering
Met het innovatiebudget worden innovaties in de bedrijfsvoering mogelijk gemaakt. Het budget is voor 2 jaar opgenomen. In de midterm wordt afgewogen of het doorzetten van dit budget in 2029 en volgende jaren nodig is.
8. Actualisatie OZB-woningen en indexering
De OZB-opbrengst woningen is geactualiseerd. Door de uitbreiding van het aantal woningen plus een indexering van de opbrengst 2027 met 3% (consumentenprijsindex) stijgt de begrote opbrengst voor de jaren na 2027 wordt rekening gehouden met een verdere stijging van het aantal woningen en een jaarlijks hogere opbrengst van ongeveer € 140.000
9. Actualisatie opbrengst omgevingsvergunningen
De opbrengst van de omgevingsvergunningen is aangepast aan het grotere aantal vergunningaanvragen en een indexering van het tarief.
10. Effect opschaling gemeenteklasse
Door de groei van Koggenland naar meer dan 24.000 inwoners per 1 januari 2027 wordt de gemeente ingedeeld in een hogere gemeenteklasse. Dit leidt conform de rechtspositie van politieke ambtsdragers tot hogere bezoldigingskosten voor burgemeester en wethouders.
11. Rentelast uitbreiding lening portefeuille
Voor de financiering van investeringen en uitgaven ten behoeve van het woningbedrijf en grondexploitaties is een uitbreiding van de leningportefeuille nodig. Voor de nieuwe leningen wordt uitgegaan van een jaarlijks rente van 3,5%. De rentelasten groeien geleidelijk. Dit is afhankelijk van het moment van aantrekken en doordat een deel van de leningen wordt doorgezet naar het woningbedrijf voor de financiering van de uitbreiding van het aantal woningen.
12. Nieuwe telprocedure verkiezingen
Door gewijzigde wettelijke eisen aan het tellen van stemmen nemen de kosten van verkiezingen toe. Dit betreft zowel incidentele kosten voor de invoering van de nieuwe telprocedure als structureel hogere kosten voor extra capaciteit. De gemeente is verplicht deze wijzigingen vanuit de Kieswet door te voeren. Compensatie via het gemeentefonds is op dit moment niet toegekend, mogelijk wordt deze in de toekomst per verkiezing beschikbaar gesteld.
13. Meicirculaire gemeentefonds
In de meicirculaire is aangegeven met welk bedrag de uitkering uit gemeentefonds stijgt als compensatie voor groei van prijzen. De bedragen zijn eerder vermeld bij de aanbieding van de perspectiefnota.
14. Lucht uit de begroting
Bij de begrotingsvoorbereiding is apart aandacht besteed aan structurele onderbestedingen binnen de programma’s en de overhead. Bij de voorbereiding van de kadernota 2028 wordt aan de hand van de rekeningcijfers 2026 opnieuw beoordeeld op noodzakelijke budgetaanpassingen, daarbij zijn zowel verlagingen als verhogingen mogelijk. Daarnaast worden gerichte heroverwegingen voorbereid om verdere besparingsmogelijkheden in beeld te brengen.
15. Effect septembercirculaire
De septembercirculaire laat een kleine stijging van de uitkering uit het gemeentefonds zien. De raad ontvangt separaat een memo waarin de analyse van de septembercirculaire is toegelicht.
16. Verwacht bbp-effect gemeentefonds
In de septembercirculaire wordt een hogere groei van het bruto binnenlandsproduct geraamd voor de jaren 2029 en 2030 dan opgenomen in de meicirculaire. De werkt uit in een extra stijging van de uitkering met € 120.000.
Keuzes en maatregelen
17. Areaal groei gemeentefonds
Als gevolg van de woningbouw groeit het aantal woningen en inwoners. Deze groei werkt door in de uitkering van het gemeentefonds. Een deel van de hogere baten is nodig om de onderhoudskosten van het toegenomen areaal (zoals wegen, straten en groen) te bekostigen. Het andere deel kan worden benut als dekking voor de overige kosten die zijn toegenomen zoals de kosten van de organisatie.
Voor de bepaling van de groei is rekening gehouden met een voorzichtigheidsmarge. Gerekend wordt met 50% van de verwachte opbrengst. Hiervan wordt vervolgens 40% toegevoegd aan de budgetten voor onderhoud.
18. Versterking van de organisatie
De in de kadernota gepresenteerde noodzakelijke groei van de organisatie is beoordeeld op de mogelijkheid om deze direct toe te rekenen aan processen waarvoor door derden wordt betaald. Dit betreft vooral de kosten voor ruimtelijke ontwikkelingen, grondexploitaties en specifieke uitkering van het rijk.
Voor het eerste jaar wordt rekening gehouden met een geleidelijke instroom van personeel. Vanaf 2028 zijn de uitgaven € 2,6 miljoen hoger en kan hiervan € 1,1 miljoen worden doorbelast voor specifieke werkzaamheden. In de reeks is een verdere uitbreiding voor werkzaamheden in het ruimtelijk domein voorzien vanaf 2029 die volledig kan worden doorbelast.
19. Deltaplan VTH
Uit de ervaringen van inwoners, ondernemers, medewerkers en het lokale bestuur en de uitkomsten van het evaluatierapport VTH 2025 blijken meerdere knelpunten zich vooral voor te doen in het proces van het verlenen van omgevingsvergunningen en daaraan gerelateerde bezwaar- en beroepszaken. Om blijvend(e) verbeteringen te realiseren, worden in het Deltaplan VTH verbetermaatregelen gedaan. De maatregelen worden de komende jaren uitgevoerd en vergen een structureel hoger bedrag van € 200.000.
20. Intensivering inzet economie en toerisme
Voor de economische opgaven van Koggenland en de opgaven op het terrein van recreatie en toerisme wordt een uitbreiding van de capaciteit voorgesteld.
21. Beleidsintensivering duurzaamheid
Voor de werkzaamheden op het vlak van klimaat en energie ontvangt de gemeente een bijdrage via het gemeentefonds. Deze middelen zijn onvoldoende voor de werkzaamheden van het programma Klimaat en Energie. Voor de eerste twee jaar wordt voorgesteld om elk jaar € 200.000 extra beschikbaar te stellen en deze lasten te dekken met een gelijke onttrekking aan de reserve grondbedrijf. De reserve grondbedrijf bevat hiervoor voldoende vrije ruimte. De middelen worden ingezet voor incidentele uitgaven in dit programma.
22. Opstellen gebiedsvisies ten laste van de reserve grondbedrijf
Voor het opstellen van gebiedsvisies zijn incidentele middelen nodig. Met de gebiedsvisies kunnen toekomstige ontwikkelingen in samanhang worden afgewogen. Omdat dit proces zich uitstrekt over meerdere jaren wordt voorgesteld een bedrag van € 300.000 uit de reserve grondbedrijf vrij te maken en te storten in een nieuwe bestemmingsreserve gebiedsvisies. De jaarlijks kosten worden vervolgens via de P&C cyclus onttrokken. De eerste gebiedsvisie wordt naar verwachting in 2028 opgeleverd.
23. Diverse kleine posten
Voor meerdere kleine budgetaanpassingen wordt een bedrag van € 30.000 voorgesteld. Het bedrag wordt aangewend voor het faciliteren van het groeiende aantal dorpsraden, open monumentendag en bijeenkomsten met ondernemers rond actuele onderwerpen gericht op informeren, verbinden en inspireren. In voorbereiding op 2029 wordt (her)overwogen of de € 30.000 wel of niet structureel wordt voortgezet.
24. Weerbaarheid voor samenleving en bestuurders
Voor het ondersteunen van initiatieven die bijdragen aan de maatschappelijke weerbaarheid van inwoners en organisaties wordt een incidenteel budget van € 50.000 voorgesteld. Hiermee kunnen activiteiten en middelen worden ingezet om de voorbereiding op langdurige uitval van vitale voorzieningen te versterken.
25. Beleid toewijzing huurwoningen
Voor het actualiseren van het beleid voor de toewijzing van huurwoningen wordt incidenteel externe expertise ingezet. Na vaststelling van het programma Volkshuisvesting worden de daarin opgenomen wijzigingen vertaald naar het toewijzingsbeleid,
26. Opstellen inclusieagenda
In 2027 wordt een inclusieagenda opgesteld waarin aandacht wordt besteed aan toegankelijkheid, inclusie. Diversiteit en regenboogbeleid. Voor de financiële gevolgen van specifieke maatregelen, zoals bijvoorbeeld verbetering van de toegankelijkheid van gemeentelijke voorzieningen of de openbare ruimte, wordt gebruik gemaakt van bestaande budgetten. Maatregelen die financieel niet inpasbaar zijn worden apart voorgesteld in de kadernota 2028 of de begroting 2029.
27. Budget Koggenland 20 jaar
Ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van de gemeente wordt een budget voorgesteld om bestaande activiteiten te verrijken met een extra bijdrage. Hiermee kan op passende wijze aandacht worden besteed aan dit jubileum en wordt 20-jarig bestaan van Koggenland zichtbaar gemarkeerd.
28. Bijdrage OZB Niet-woningen gelijk aan woningen
Bij de verdeling van het gemeentefonds wordt rekening gehouden met de mogelijke inkomsten uit de onroerendezaakbelasting (OZB). Praktisch is dit vormgegeven door de WOZ-waarde tegen een negatief tarief in het gemeentefonds op te nemen.
Voor de opbrengst van woningen geldt dat deze hoger is dan het negatieve tarief in het gemeentefonds. Voor de Niet-woningen geldt dat deze lager is dan het negatieve tarief en daarmee achterblijft op de bijdrage vanuit de woningen.
Voorgesteld wordt de bijdrage in drie stappen te verhogen naar het niveau dat in verhouding staat tot de bijdrage vanuit de woningen. Hiermee uitvoering gegeven aan het coalitieakkoord en dragen de niet woningen evenredig bij aan het financiële draagvlak van de gemeente.
29. Invoering Ondernemersfonds
In de begroting wordt rekening gehouden met het per 2027 mogelijk maken van een ondernemersfonds Koggenland. Het ondernemersfonds wordt ingesteld op verzoek van de Koggenlandse ondernemers. Voor het beheer en de uitvoering van het fonds is een aparte stichting verantwoordelijk. Deze stichting ziet toe op de jaarlijkse toekenning van middelen aan initiatieven en de verantwoording van deze middelen.
Het ondernemersfonds wordt gevoed met een bijdrage vanuit de gemeente die wordt geïnd via de onroerendezaakbelasting op Niet-woningen. Daartoe worden de tarieven verhoogd. Deze verhoging wordt in twee stappen ingevoerd omdat ook de reguliere OZB-opbrengst vanuit Niet-woningen de komende jaren wordt verhoogd.
Na het verwerken van maatregel 28 en 29 zien de verwachte bedrijfslasten voor de OZB er als volgt uit:
| WOZ-waarde 2026 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 en verder |
|---|---|---|---|---|
|
€ 300.000 |
€ 923 |
€ 1.336 |
€ 1.783 |
€ 2.142 |
|
€ 500.000 |
€ 1.539 |
€ 2.227 |
€ 2.971 |
€ 3.569 |
|
€ 1.000.000 |
€ 3.078 |
€ 4.453 |
€ 5.942 |
€ 7.139 |
30. Uitwerking verblijfsheffing arbeidsmigranten
Voor de invoering van een verblijfsheffing voor arbeidsmigranten is enige voorbereidingstijd nodig. Voorgesteld wordt om deze heffing in te gaan voeren zodat ook arbeidsmigranten die niet staan ingeschreven in het bevolkingsregister gaan bijdragen in de kosten die gemeente maakt.
Als tarief wordt het tarief van de toeristenbelasting aangehouden. In 2027 worden voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd. Dit betreft het inrichten van een nachtregister en het maken van afspraken met eigenaren van verblijfslocaties over de aangifte en inning. In de raming is rekening gehouden met structurele uitvoeringskosten. Vooralsnog wordt gerekend met een opbrengst voor zo’n 300 arbeidsmigranten.
31. Heroverwegingen en efficiency
Zoals in de paragraaf aangegeven wordt vanaf 2027 gewerkt aan het stelselmatig doorlichten van de begrotingsprogramma’s. Op dit moment kan daaraan geen opbrengst worden gekoppeld.
32. Verhoging OZB woningen en/of het rioolrecht
Om een structureel sluitende meerjarenbegroting te bereiken is een optie om in de kadernota 2028 een verhoging van de OZB-tarieven voor woningen of een hoger rioolrecht voor te stellen. Deze mogelijkheid wordt hier gepresenteerd zonder verder uitwerking. De uitwerking en afweging vindt plaats in het brede verband van de kadernota 2028.
33. Inzet surplus
Om te komen tot een sluitende begroting 2027 wordt voorgesteld gebruik te maken van de mogelijkheid om het zogenoemde surplus in de Algemene reserve in te zetten. Voor 2027 is dit een bedrag van € 1,8 miljoen.
34. Inzet algemene reserve voor de dekking van incidentele uitgaven
Voor een volledig sluitende begroting wordt voorgesteld om € 920.000 in te zetten vanuit de algemene reserve.